Geschiedenis

  • De Wijchense Molen zoals we die vandaag de dag kennen heeft waarschijnlijk enkele voorgangers gehad. Het eerste bewijs dat terug is gevonden voor het bestaan van de molen in Wijchen stamt uit 1342. In dat jaar was er al sprake van het ‘recht van de wind’, er moet in die tijd dus al een houten molen hebben bestaan als voorganger van de huidige molen.

  • In 1643 wordt er voor het eerst gesproken over een stenen windmolen. In die tijd waren stenen molens zeer uniek en erg kostbaar. Die molen was eigendom van Joffer van Elderen en haar twee zusters.

    In een akte uit 1723 is leesbaar dat er sprake is van ‘een windkorenmolen met bijhorende rosmolen met dwang voor de bewoners van kerspels Wijchen & Niftrik.’ Iedere inwoner moest zijn maalwerk laten verrichten op deze molen. De molen was toen eigendom van de adellijke familie van Scherpenseel, later van de familie Wevelinckhoven.

    1771 is het jaar waarin het kasteel, met bijhorende molen, door het huwelijk met Cornelia Petronella van Wevelinckhoven in bezit komt van Joan Carel d’Osy. De volgende 140 jaar blijft de molen in bezit van deze adellijke familie.

    In 1787 is oud V.O.C.-werknemer Evert Jan van Nijvenheim molenaar op de korenmolen van Wijchen, deze korenmolen is een vroege voorganger van de huidige Wijchense Molen.



Ongeluk

  • Tussen een molenaar en de wind heerst altijd een haat-liefde verhouding. Door hevige stormen en onweer zijn brand en ongelukken geen onbekende voor de gemiddelde molenaar. Maar zonder wind geen malende molensteen. Het blijft een eeuwig spel tussen de molenaar en de wind. Een spel waar niemand invloed op heeft. Dat het toch fout kan gaan bewijst het ongeluk van 2 november 1910.

  • Op die bewuste dag maalt de molen zoals gebruikelijk maar er dient zich een flinke windhoos aan. De wieken beginnen als een bezetene te draaien en slaan op hol. Molenaarsknecht Jan probeert met al zijn kracht de molen af te remmen maar het is tevergeefs. De kracht op de draaiende wieken en het binnenwerk loopt op en dan gebeurt het.. De ketting onderaan de molen breekt, de molenkap krijgt vrij spel en met een flinke ruk draait deze een kwartslag. Jan, 20-jaar, molenknecht en pas acht dagen in dienst is hier niet op bedacht en krijgt een klap van de wieken zonder dat hij dit na kan vertellen. Met een flinke klap denderen de wieken, de as, de kap en het gehele bovenwiel uit de molen naar beneden. Molenaarszoon Hendrik van 16 jaar probeert weg te vluchten maar wordt toch geraakt door het ijzer van de wieken. Een half uur later bezwijkt hij aan zijn verwondingen.

    Met het verliezen van zijn oudste zoon als last op zijn schouders neemt molenaar de De Kleijn diezelfde week een radicaal besluit. De molen gaat in de verkoop. Echter blijft de verkoop uit en na een half jaar slaat opnieuw het noodlot toe. Molenaar Johannes de Kleijn komt plotseling te overlijden op 56-jarige leeftijd. De restauratie na het ongeluk is dan nog niet voltooid. Door het plaatsen van maalinstallatie (hamermolen) met een zuigasmotor van 27pk kan er toch gemalen worden. De weduwnaar van de molenaar zet samen met enkele knechten het eervolle werk van haar man voort.

    In het Noord-Brabantse Courant stond op 3 november 1910 het volgende bericht:
    '2Nov. Heden-middag brak, door een hevingen eind de ketting van den molen van den heer J.P. De Kleijn, molenaar alhier, met het gevolg, dat het bovenstel van den molen in de verkeerde richting draaide en de wind op zij tegen de wieken kwam; plotseling begonnen de wieken zeer snel te draaien en de molenknecht was hierop niet bedacht, kreeg van een der wieken een slag en was plotseling dood; toen viel het grootste gedeelte van de kap, de ijzeren as met wieken, achterover van den molen en kwam 25 m van den molen terecht; door her hevige gekraak en met de schrik bevangen, vluchtte de zoon van voorgenoemde eigenaar onder de brug, kreeg een stuk van den ijzeren roede op het lijf, met het ongelukkige gevolg, dat hij binnen een half uur overleed. De molenknecht was 20 jaar oud , en slechts 8 dagen alhier in dienst. Het zoontje van den heer J.P. De Kleijn was 16 jaar oud.'

"Molenaar Jeroen kan alles vertellen over de werking van de molen,
het molenaarsambacht en de geschiedenis van de molen. "

Molenaars

  • De Wijchense Molen heeft in haar geschiedenis velen molenaars gekend. Vanaf 1803 tot nu is onze molen in beheer geweest van meerdere molenaars en families. Als je de Wijchense gemeentearchieven induikt en goed zoekt krijg je al snel een overzicht van welke mensen de molen hebben laten draaien. Nieuwsgierig?

  • 1803 - Cristiaan van den Boogaard - Voor zover bekend woonde Cristiaan van den Boogaard in 1803 in het molenaarshuis als weduwnaar van Maria Vorstenbosch met zoon Lambert en nog drie dochters.

    1810 - Lambert van den Boogaard - Hij is de tweede molenaar die we tegenkomen in de geschiedenisboeken. Geboren in 1776 en hij staat in de ‘etat de populations de Wijchen’ (burgerlijke stand van Napoleon) uit 1810 benoemd als ‘meunier’, wat molenaar betekent.

    1822 - Herman & Jacobus van den Boogaard Een nieuwe pachter dient zich aan in 1822. Het zijn de gebroeders Hermanus & Jacobus van den Boogaard. 26 en 37 jaar oud. Zonen van de molenaar van Heumen en mogelijk familie van Lambertus. In 1828 overlijdt Hermanus, Jacobus houdt het vol tot 1841.

    1841 - Gradus de Kleijn - Gradus de Kleijn was molenaarsknecht bij Jacobus en heeft vanaf 1841 zelfstandig als 23-jarige het molenaarswerk voortgezet. In 1864 wordt hij eigenaar van de molen en de bijhorende woning. De jaren daarvoor heeft hij de molen in pacht van de kasteelheer.

    1887 - Johannes de Kleijn - In 1887 overlijdt Gradus. Zijn zoon Johannes Petrus de Kleijn neemt de werkzaamheden van zijn vader over. Op 35-jarige leeftijd zet hij het bedrijf definitief voort. In 1910 breidt het molenbedrijf zichzelf uit met een maalinstallatie (hamermolen) met een zuigasmotor van 27pk zodat er bij gebrek aan wind toch gemalen kan worden. Op 2 november slaat het noodlot toe. Tijdens een hevige storm vliegt de kap met de vier wieken van de molen af. Zoon Hendrik de Kleijn wordt geraakt en is op slag dood. Ook knecht Jan krijgt een tik van de wieken. Deze tegenslag valt Johannes zwaar. Een half jaar later, tijdens de renovatie, overlijdt hij op 56-jarige leeftijd.

    1921 - Jan-Dominicus de Kleijn - Weduwe de Kleijn heeft na dat moment nog twee zonen van 15 en 13 jaar oud. Zij weet met wat hulp de zaak voort te zetten totdat zoon Jan-Dominicus de Kleijn alias Minus de Mulder het bedrijf in 1921 kan overnemen.

    1945 - Henk de Kleijn - Vervolgens heeft Henk de Kleijn in de jaren na de oorlog nog een poging gedaan het molenaarsbedrijf voort te zetten. Helaas is er steeds minder animo en eind jaren 50 komt de molen stil te staan. Na restauratie van de molen in 1975 blijft Henk vrijwilliger op zijn familiemolen.

    1985 - Rolf Klip - In 1985 wordt Rolf Klip, woonachtig in Arnhem, vrijwillig molenaar van de Wijchense Molen. Met grootste plannen probeert hij de molen beroepsmatig in gebruik te nemen. Maar zonder succes. Eind jaren 90 wordt Rolf ook molenaar in het Openluchtmuseum te Arnhem, waardoor de Wijchense Molen steeds vaker stil komt te staan.

    2006 - Jan-Willem Bökkers - Begin 2006 start Jan-Willem Bökkers op de Wijchense Molen. Na jaren van stilstand wil Jan-Willem de molen weer laten draaien. Hij stamt uit een eeuwenoud Twents molenaarsgezin, die met 6 generaties teruggaat tot in 1789. Van vader op zoon is er eeuwenlang kennis doorgegeven waardoor het Jan Willem lukt om met een malende molen een prachtig bedrijf op te bouwen. Begin 2013 komt daar helaas abrupt een einde aan wanneer hij door een hartstilstand komt te overlijden op zijn geliefde molen.

    2013 tot heden - Jeroen van de Water - Na enkele maanden pakt Jeroen van de Water, de huidige molenaar, de draad op om het bedrijf voort te zetten. Met de doorgegeven kennis van Jan-Willem en enkele jaren ervaring als vrijwillig molenaar lukt het Jeroen het bedrijf draaiende te houden. Tot op de dag van vandaag is Jeroen de trotse molenaar van de Wijchense Molen en houdt hij het molenaarsberoep met passie en plezier in stand.



Molen de Pas

  • In 1848 wordt er een tweede molen gebouwd. Een houten achtkant molen wordt gebouwd van een houten geraamte, afkomstig van een onttakelde molen uit de Zaanstreek. De molen komt in buurtschap de Pas te staan, nu beter bekend als Wijchen Noord (tegenover buurtsuper de Coop). In 1968 zorgt het vestigen van een oprukkende nieuwbouwwijk voor het weer verdwijnen van de molen. Deze molen werd later ook eigendom van familie de Kleijn. Gelukkig heeft de gemeente ‘onze’ vervallen molen destijds niet gesloopt maar gekocht en opgeknapt.

  • 1848: Peter van Heeswijk uit Afferden vraagt bij gemeente Wijchen een vergunning aan om een windmolen op te zetten in buurtschap de Pas. Destijds een buurt boven Wijchen, bestaande uit een aantal boerderijen. Perceel sectie G580 is het nieuwe thuis voor de molen, opgebouwd met onderdelen van de gesloopte achtkantmolen uit de Zaanstreek.

    1853: Enkele jaren later wordt in het aangrenzende huis een bakkerij gesticht. In die tijd was dit een logisch vervolg op de komst van de molen en een zeer gebruikelijke ontwikkeling.

    1863: Molenaar Peter komt helaas te overlijden waarna zijn vrouw en het bestaande personeelsbestand de werkzaamheden oppakken en voortzetten.

    1874: Het gaat bijna mis als de molen wordt geraakt door de bliksem. De beginnende brand wordt snel geblust en daarmee kruipt de relatief nieuwe molen door het oog van de naald. De ontstane schade wordt gelukkig vergoed door de verzekering.

    1891: De weduwe van van Heeswijk overlijdt. Haar zwager neemt de molen en het bijhorende bedrijf over.

    1899: Johann Libeton wordt de nieuwe eigenaar van de molen. Hij is eerder dat jaar getrouwd met Hendrina Elizabeth Pastors.

    1900: Op 19 juni overlijdt plotseling de jonge Libeton. Een jaar later trouwt Hendrina Pastors opnieuw, dit keer met Jan Peters.

    1906: Op 17 november wordt tijdens een zware storm de kap van de molen een halve meter ontzet. Dit levert ook stevige schade op voor het huis van de molenaar. Het dak is geheel verschoven en er zijn zelfs enkele muren ontzet en verbrijzeld.

    1919: Op 8 maart overlijdt Hendrina Pastors. Jan Peters, die alleen overblijft ziet het waarschijnlijk niet meer zitten om de molen te draaien en verkoopt de molen aan de weduwe van Johannes De Kleijn. Zij bezit dan de beide molens uit Wijchen. Pierre Tychon huurt vervolgens molen de Pas van familie de Kleijn.

    1931: De molen verliest dat jaar zijn wieken. Pierre Tychon koopt vervolgens de molen van familie de Kleijn en draait nog vele jaren op dieselkracht in het molenrestant.

    1967: Het einde van molen de Pas. Het molenrestant moet wijken voor nieuwbouw. Het molenrestant en zijn bijgebouwen worden gesloopt en de Wijchense Molen blijft over.